Romantiek in een volkswijk: een mythe

Twee weken geleden werden de auteur van het boek ‘De Woonschool’ en ik een uur lang geïnterviewd voor het radioprogramma NTR Academie op radio 5. Het ging over de Haarlemse woonschool Parkwijk waar auteur Christel Jansen onderzoek naar deed en waar ik ben opgegroeid. Het werd een mooi gesprek en zoals meestal komen er dan ook reacties, fijne en ook minder fijne.
De fijne reacties kwamen uit mijn eigen netwerk. ‘Wat deed je dit weer integer’, is daar een bijvoorbeeld van. Een reactie die een volkomen contrast vormt met de reacties die ik tegenkwam op het sociale medium Facebook, binnen een ‘besloten’ groep waar veel mensen participeren die er ook zijn opgegroeid en die er nog altijd wonen. Ben je niet vóór, dan ben je tegen. Een bastion van zogenaamde saamhorigheid.

Gezellig, iedereen was er altijd voor elkaar

volkswijk-gezelligWat mij het meest stoort, is dat men roept dat het er altijd zo gezellig was in de wijk, dat iedereen er altijd voor elkaar was. Voorts lees ik dat ze mijn ouders zo goed kenden en dat het zulke lieve mensen waren die zo hun best deden voor hun kinderen.
In werkelijkheid wilde niemand zich met ons gezin bemoeien. Nooit was er enige betrokkenheid, wij stonden als gezin allerlaagst in de hiërarchie. Een hiërarchie waar diegenen met de grootste bek en de sterkste vuisten het voor het zeggen hadden. Een hiërarchie waarin het leven van mijn ouders te laag werd bevonden. Een gezin waar liever niemand iets mee te maken wilde hebben. Waarvan de kinderen nergens welkom waren.

oranjeOranje of niet?

Ik dacht na over de vermeende romantiek van volkswijken. Mensen die roepen dat het er zo gezellig is, zijn vooral de mensen die het voor het zeggen hebben en de volgers. Wanneer Oranje speelt, pik je de gezinnen die er niet bij (willen) horen er gemakkelijk uit: de enkele woningen die niet versierd zijn. Ben je niet vóór dan ben je tegen, zo simpel is het.

Illustratief

windgongEen illustratief voorbeeld zag ik een keer in een aflevering van ‘De rijdende rechter’. Een gezin (A voor het gemak) had de achtertuin volgehangen met bamboe windgongen. De buurvrouw werd ‘knettergek’ van het voortdurende geluid maand in maand uit, dag en nacht. Gezin A vond dat de buurvrouw zeurde, het geluid was mooi en rustgevend. En als zij dat niet zo ervaarde kon ze toch gewoon het raam dichtdoen. Ze waren niet van plan ze weg te halen. Dit leidde tot een enorm conflict, vandaar de rijdende rechter. Gezin A had vele buren meegenomen die allemaal vertelden het eens te zijn: het geluid was mooi en betreffende buurvrouw moest niet zo zeuren. De buurvrouw had geen buren of omwonenden mee, ik denk ook niet dat ze die kon vinden. Ik denk dat zij een van die huizen bewoonde zonder oranje vlaggetjes toen ‘onze jongens’ speelden. Ik bewonder haar. Zij ging een strijd aan die bij voorbaat verloren was. Want ook al besloot de rijdende rechter dat de bamboe windgongen weg moesten, ze zou nooit meer prettig leven in haar wijk.

Participatie, maar dan wel vanuit gelijkwaardigheid

Participatie is een belangrijk onderwerp geworden in onze samenleving. Ik ben groot voorstander van participatie maar dan wel vanuit gelijkwaardigheid, wat gelukkig ook vaak gebeurt. Het maakt een verschil wanneer je er voor kiest om mee te doen en je niet door manipulatie gedwongen voelt. Of buitengesloten wordt omdat de groep je niet ziet zitten.